I

Ik ben m’n tekst kwijt!

Door Rick Dros, theatermaker/regisseur

Thuis weet je perfect je teksten op te zeggen. In de kleedkamer ook nog en dan ga je op. Daar sta je in het volle licht…o nee! Je kunt niet meer helder denken, een seconde lijkt een minuut te duren en je wist niet dat er zoveel zweetdruppeltjes in je lijf zaten. Welkom in de Theaterdimensie! Eenmaal op het podium kijken alle ogen in de zaal naar jou en daar kun je behoorlijk zenuwachtig van worden. En door die zenuwachtigheid kun je zomaar je tekst vergeten. Zonde toch van al dat werk? Hier een paar tips waardoor je minder kans hebt om met je mond vol tanden te staan. 1-VRAAG JE AF WAAROM JE EEN ZIN ZEGT.
Een zin kan heel veel betekenissen hebben. Als je weet wat je ermee bedoelt, leer je eenvoudiger. Voorbeeld: Wil je een kopje koffie? betekent telkens iets anders als je het anders uitspreekt: Wil jij een kopje KOFFIE? (jij drinkt toch nooit koffie?) Wil jij een KOPJE koffie? (of liever een plastic bekertje?) Wil jij ÉÉN kopje koffie? (of zal ik een hele pot zetten?) Wil JIJ een kopje koffie? (want ik hoef namelijk niet.) WIL jij een kopje koffie? (of ga je rennen voor de trein die zo vertrekt?)  Bepaal eerst wat er wordt bedoeld. Dus stel jezelf de vraag: waarom zeg ik dit? Het leren wordt daarmee een stuk eenvoudiger omdat je precies weet wat je doet.

2-SPREEK AL JE TEKSTEN UIT OP HONDERDDUIZEND VERSCHILLENDE MANIEREN.
Bijvoorbeeld hard, zacht, met een hoog stemmetje, met een bromstem, met een tekenfilmstemmetje, boos, verdrietig, blij, enthousiast, angstig enzovoort. Het hoeft nog niet te kloppen met het script. Het is erg leuk om al die stemmetjes uit te proberen. En ongemerkt ben je bezig om heel goed je tekst te leren.

3-SPREEK AL JE TEKSTEN HARDOP TERWIJL JE IETS AAN HET DOEN BENT.
Bijvoorbeeld tijdens huishoudelijke klusjes als stofzuigen, afwassen of de tafel dekken. Of bij het aankleden, onder het fietsen, tijdens een computerspelletje. Zo raakt jouw lijf gewend aan deze teksten en zullen ze op het podium veel meer van jezelf zijn.

4-BAL OVERGOOIEN
Als je een dialoog oefent met een medespeler, doe dit dan terwijl jullie een foambal overgooien. Ga dicht bij elkaar staan, ongeveer twee meter. De bal mag niet stoppen en de tekst moet ook heel snel gezegd worden. Als de bal valt – dat gaat gebeuren! – gaan jullie gewoon door terwijl een van jullie de bal opraapt. Dit kan ook met een groepje. Ga in een klein kringetje staan en gooi de bal steeds over naar degene tegen wie je spreekt. Het is ook weer een hele fijne manier om je lijf te laten wennen aan het uitspreken van de teksten. Het gaat je lukken!

Ik ben m’n tekst kwijt!