X
R

Regisseren, hoe doe je dat?

Door Rick Dros, theaterdocent/regisseur

Het is een hele klus om een klas aan het spelen te krijgen tijdens de afscheidsmusical. Zeker als de klas niet bestaat uit acteurs en actrices, maar uit gewone leuke schoolkinderen. Als regisseur zit je soms wanhopig met de handen in het haar om de voorstelling op tijd klaar te krijgen. Hier wat bemoedigende woorden, een valkuil en een tip. 1-HET GAAT NOOIT VLEKKELOOS Regisseren gaat altijd gepaard met hobbels. Je bent namelijk bezig om iets te maken wat er nog niet eerder was. Elk repetitieproces kent daarom een element van ‘trial en error’. Dat is een van de uitdagingen van het maken van een toneelvoorstelling. Wanhoop vooral niet als je op een ‘error’ stuit. Dat hoort erbij. Spaar liever je energie voor dat vreugdedansje dat je gaat maken als er iets leuks lukt.

2-VOORDOEN? DOE MAAR NIET. Het is verleidelijk om alles wat je in je hoofd hebt als regisseur voor te doen aan de spelers. Teksten voorzeggen op een manier zoals jij wilt dat ze worden uitgesproken. Bewegingen voordoen zoals jij wilt dat ze worden gedaan. Mimiek voordoen zoals jij vindt dat het moet. Heel begrijpelijk. Zeker als je achter op schema loopt, hoop je hiermee wat doorbraken te forceren. Maar hoe goedbedoeld het ook is, de effecten zijn averechts. Het leuke van toneelspelen is juist dat iedere speler uniek is. En met voordoen wals je over die unieke kwaliteiten heen. Je geeft de spelers eigenlijk een onmogelijke opdracht: doe het precies zoals de meester of juf het doet. En dat kan natuurlijk niet. Ze zullen nooit jou worden en laten we eerlijk zijn, dat wil je toch ook niet?

3-VROEGE DOORLOOP In veel repetitieprocessen wordt de eerste doorloop van de voorstelling ergens aan het eind gehouden. Als iedereen weet waar hij moet staan en als iedereen de teksten kent. Maar doe gerust eens een hele vroege doorloop, zonder dat de teksten al geleerd zijn. Dan speel je een doorloop van alle scènes puur en alleen op handelingen. Jij gaat daar staan, jij rent weg, jij pakt dat en jullie komen daar op en gaan daar weer af. Het grote voordeel is dat de spelers al vrij snel een idee krijgen van het geheel van de voorstelling. Voor jezelf is het ook prettig om al wat haken en ogen te registreren. Als houvast voor de vroege doorloop maak je een lijst met alle scènes. Die schrijf je op een groot vel papier zodat iedereen ze kan zien. Stel dat je Roodkapje zou willen doorlopen, dan ziet je lijst er ongeveer zo uit:

  • Roodkapje en Moeder
  • Roodkapje alleen in het bos
  • Roodkapje ontmoet de Wolf
  • Roodkapje loopt verder in het bos
  • De Wolf klopt aan bij Grootmoeder
  • De Wolf eet Grootmoeder op
  • Roodkapje klopt aan bij Grootmoeder
  • Grootmoeder wat heb je grote ogen-scène
  • De Wolf eet Roodkapje op
  • Moeder praat met de Jager
  • De Jager gaat het bos in
  • De Jager schiet de Wolf en bevrijdt Roodkapje en Grootmoeder
  • De Jager, Moeder, Roodkapje en Grootmoeder gaan feestelijk eten

Zo’n vroege doorloop kun je een aantal keren doen tijdens het gehele repetitieproces. Steeds een stukje verfijnder.