T

Theatertermen

Wat zijn nu eigenlijk coulissen? Wat is een Italiaantje? En wat betekent een open doekje? Hieronder een paar theatertermen op een rij die je wellicht kunt gebruiken tijdens de afscheidsmusical voor groep 8.

Synopsis: Korte beschrijving van de inhoud van het stuk, samenvatting.

Scènes: om het instuderen te vergemakkelijken, is de musical verdeeld in scènes. Elke scène vormt een afgerond geheel.

Coulissen: de coulissen zijn officieel de zijgordijnen van het toneel. Hier tussendoor komen de spelers op en gaan ze af. Met de term ‘in de coulissen’ wordt ook wel de plek naast en achter het podium bedoeld, waar de spelers uit het zicht zijn.

Decor: Het toneelbeeld. Datgene waar het toneel mee is aangekleed om de sfeer te bepalen en de plaats van handeling duidelijk te maken.

Rekwisieten/Requisieten: Voorwerpen die gebruikt worden tijdens de voorstelling om vast te houden of om op het toneel te plaatsen.

Afgang: als een toneelspeler het toneel verlaat, wordt dat een afgang genoemd.

Achterdoek: Ook wel ‘fond’. Een meestal zwart gordijn dat op het podium hangt. Ervoor wordt de voorstelling gegeven.

Black out of donkerslag: als alle lichten die op het toneel gericht staan in een keer uitgaan.

Mise-en-scène: Alle afspraken over de manier waarop de toneelspelers zich tijdens een voorstelling op het toneel bewegen; het zichtbare gedeelte van de regie.

Italiaantje: tekstrepetitie door alle teksten zonder pauze, intonatie en schijnbaar zonder er verder bij te hoeven nadenken op te zeggen.

Stil spel: Dit is non-verbaal spel waarin de spelers weergeven hoe hun rol op dat moment de gespeelde situatie ondergaat, wat dit personage van de situatie vindt. Stil spel versterkt de inhoud van het spel en maakt dit helderder

Open doekje: applaus midden in een voorstelling, omdat het publiek iets goed gespeeld of mooi gezegd of gezongen vindt.

Theatertermen