X
W

Waar sta je op het podium?

Door Sylvia Wardenaar, theatermaker

Vaak ben je met veel spelers tegelijk op het podium. Leuk en ingewikkeld! Hoe zorg je dat iedereen goed te zien is, altijd duidelijk is bij wie je hoort en dat het geen chaos wordt met opkomen en afgaan tijdens de afscheidsmusical? Hiervoor zijn heldere afspraken nodig m.b.t. de mise en scène. Dat zijn alle afspraken over de manier waarop de toneelspelers zich tijdens een voorstelling op het toneel bewegen. Stap 1: Waar ben ik? Weet welke locaties er zijn. Vanuit de aanwijzingen in het script en de handleiding is te bepalen waar het verhaal zich afspeelt. Vaak is er een grote locatie (b.v. een plein), met daaromheen gebouwen (b.v. links een fabriek/rechts een groentewinkel). Met daarbij dan nog een paar kleine plekken als een bankje, prullenbak, boom, o.i.d. Deze locaties vormen een baken in de ruimte en geven houvast. Wat je vooraf kunt doen:

  • Bepaal de locaties en decorstukken die nodig zijn en geef ze een vaste plek op het (toekomstige) podium.
  • Maak een schets of tekening van het uiteindelijke podium met de locaties erop.
  • Bepaal voor zover mogelijk alvast welke mogelijkheden er straks op het podium zijn om op en af te gaan.

Wat je tijdens het repeteren kunt doen:

  • Maak oefenbordjes met locatienamen erop en hang ze op in de klas of repetitieruimte. Zo gaat de plek waar het zich afspeelt leven.
  • Zet bij de repetities stoelen o.i.d. neer op plekken waar straks bankjes, bomen, enz. staan. Dat schept besef van ruimte en geeft houvast.
  • Gebruik tape of stroken papier op de grond voor toekomstige deuren/ingangen.

Stap 2: Met wie ben ik? Weet wie je bent en met wie je bent. Als personage hoor je vaak bij een groep. Een duo, familie, beroepsgroep, enz. Regelmatig kom je dan als groepje het podium op. Weet waar je hoort:

  • Zo’n groep hoort vaak bij een bepaalde locatie. (bij de kraam, op het bankje, enz.)
  • Maak afspraken over wie waar precies staat op die plek.
  • Varieer door bijvoorbeeld op, voor of naast het bankje te gaan zitten/staan.
  • Zorg dat je niet voor elkaar staat, groot achter, klein voor.
  • Als je dit elke keer zo doet wordt het routine. En als dat niet meer mis gaat, zit je beter in je rol en kan je lekker spelen.

Veel plezier!